Vandaag struinden we op het waalstrand in de Stadswaard. Prima herfstweertje, niet te warm, niet te koud. Geen regen, bewolkt. Lekker uitwaaien.
Mijn oog viel op een plantje met zwarte bessen. Ik kende ‘m niet, maar na een simpele identificatie bleek het de zwarte nachtschade te zijn. Prachtige naam voor een plant! Jort*, een jongen van negen, zag dat ik met de plant bezig was en kwam naar me toe.
‘Wat ben je aan het doen?’
‘Ik heb de zwarte nachtschade gevonden!’
‘Is die giftig?’
‘Eens even lezen hoor… Ja, hij is giftig. Met name als hij nog niet rijp is. Deze besjes lijken me wel rijp… Zullen we er eens in knijpen?’
Er exploderen heel veel kleine zaadjes uit de bessen.
‘Wow, dat voelt echt heel lekker!’
‘Ja, fijn he? Zullen we de Zwarte Nachtschade een handje helpen, door de zaadjes weer in de grond te stoppen? Wie weet staan er dan volgend jaar wel heel veel Zwarte Nachtschades hier!’
En zo plukten we een aantal bessen, splashten ze in onze vingers en begroeven de zaadjes onder het zand. Jort was duidelijk in zijn element. En ik ook, vooral door Jorts enthousiasme.
Wie weet wat zo’n ervaring voor hem doet. Misschien wakkert het zijn enthousiasme voor onbekende plantjes aan, of vind hij het aanplanten van plantjes zo leuk dat ie later zijn eigen moestuin wil beginnen. O ja, trouwens…
‘Jort, wel even handen wassen als je klaar bent!’
*Niet zijn echte naam.

Geef een reactie