Dit is een verhaal wat ik in mei heb geschreven. Ik had mezelf voorgenomen om in twee weken een kinderverhaal te schrijven. Elke werkdag een hoofdstuk. Dit is het resultaat. Veel leesplezier!
Hoofdstuk 1
Lise is graag buiten. Aan het ravotten. Naar diertjes en insecten aan het zoeken. Een huisje voor ze maken. Lise houdt van die kleine diertjes. Kakkerlakken, muisjes, wormen, kevers, oorwurmen, pissebedden, noem maar op. Waarom men dat ongedierte noemt, snapt ze niks van. Ze heeft weleens per ongeluk een worm in twee stukken getrokken. Terwijl de worm nog eventjes doorliep, was Lise totaal overstuur. Moord had ze gepleegd. Ze zou de gevangenis in moeten gaan. Ook wormen hebben rechten, vindt Lise. En je mag ze niet zomaar uit elkaar trekken. Zelfs niet per ongeluk. Ze heeft de worm netjes begraven. Toen ze thuis was voelde ze zich nog steeds heel erg schuldig. Maar ze was wel blij dat ze niet de gevangenis in hoefde.
Lise houdt ook heel erg van sporten. Voetballen, basketballen, dansen, hockeyen, tennissen, badmintonnen, atletiek, ballet, dansen en ga gerust nog maar even door. Als Lise mag bewegen vindt ze het al geweldig. Dat is trouwens niet helemaal waar, want ze houdt ook heel erg van schaken en dammen. Dat zijn denksporten. Dan vindt ze zitten ook wel oké. Lise is een kind dat overal goed in is. Als ze met jongens aan het voetballen mag ze weleens niet meedoen. Niet omdat ze een meisje is, maar omdat ze te goed is. Ze wint altijd. Dat vinden de jongens niet leuk, en dan zeggen ze dat Lise maar wat anders moet gaan doen. Stomme suffe soepkip jongens, denkt Lise. Kunnen totaal niet tegen hun verlies.
Maar het aller-, aller-, allerliefste, is Lise bezig in haar werkplaats naast haar huisje. Eigenlijk is het mama’s werkplaats, maar die komt er niet zo veel. Ze maakt stoelen in opdracht van klanten, maar ze heeft niet zo vaak klanten. Eerlijkgezegd snapt Lise dat wel, want mama maakt nou niet bepaald mooie stoelen. Maar daardoor kan Lise dus vaak wel lekker haar gang gaan in de werkplaats. Daar doet ze uitvindingen. Lise heeft al zo veel handige dingen uitgevonden: automatische potloodslijpers, een middeltje waardoor je planten nooit meer water hoeft te geven, een voetbalschoen waarmee je altijd raak schiet (waren de jongens niet blij mee), een broodrooster die automatisch pindakaas over je brood uitsmeert, een hockeystick waarmee je óók altijd raak schiet, een onzichtbare hondenriem, een parachute waarmee je veilig van het dak af kan springen, een schilderij dat elke dag een andere schildering vertoont (wilden haar ouders graag), een eigen auto waardoor ze al twee bekeuringen heeft gehad (oeps), een zelfrijdende step, een papieren vliegtuig wat ook hoeken om kan vliegen en nog véél en veel meer. Ja, je kunt gerust zeggen dat Lise een knap kind is. Als ze aan andere mensen vertelt wat ze allemaal maakt, geloven ze haar niet. Dan rijdt ze vaak even langs in haar auto en kijken diezelfde mensen haar met open mond na.
Hoofdstuk 2
Vandaag is een bijzondere dag. Geen dag uit duizenden, maar juist een unieke dag in duizend dagen. Het is geen feestdag, en het is ook niet Lises verjaardag. Nee, deze dag is nog unieker dan dat. Lise verveelt zich vandaag. Ze weet niets om te doen. Vanochtend heeft ze al uitgebreid forten gebouwd voor een stel boomkevers, maar daar heeft ze nu ook niet meer zo’n zin in. Er zijn op dit moment ook geen andere kinderen om buiten mee te spelen of om mee te sporten. En uitvindingen doen kan wel, maar ze weet niet wat ze wil gaan uitvinden.
Een dag als deze is uiterst zeldzaam. Lise weet zich eigenlijk altijd wel te vermaken, of het nou met of zonder iemand anders erbij is. Omdat ze moe wordt van de verveling besluit ze maar naar paps kantoor te lopen en te vragen of hij iets met haar wil doen. Die werkt vandaag thuis.
‘’Hey Pap, heb je zin om een balletje over te schieten samen?’’
‘’Hey lieve Lise, nee, ik moet je helaas teleurstellen, ik heb nog heel veel video-vergaderingen op de planning staan vandaag’’
Lise had al wel kunnen raden dat Pap geen tijd zou hebben. Sinds hij een nieuwe baan heeft is hij overdag altijd druk met zijn werk. Pap adviseert belangrijke mensen in het land over hoe ze het beste met hun geld kunnen omgaan SAAAAA-HAAAAAI, vindt Lise.
Dan maar Mam proberen op te trommelen om iets leuks te doen. Misschien wil ze wel samen iets uitvinden, of heeft ze een goed idee wat Lise zou kunnen gaan maken.
‘’Hey Mam, wil je samen iets gaan uitvinden?’’
‘’Hey Lies (zo noemt haar moeder haar), nee, ik heb nu geen tijd, ik ben aan het bellen met Mies. Je moet jezelf even zien te vermaken, schat’’
‘’Weet je misschien nog iets dat ik kan gaan uitvinden?’’
‘’Uhhh, nou, misschien een voetenmassage-apparaat? Ik kan er wel één gebruiken nu. Jij ook wel Mies, of niet dan, hahaha!’’
Suffe muffe duffe fluttige flenskip Mies, denkt Lise. Denk maar niet dat ik voor jou iets ga uitvinden. Urenlang bel je elke week met mijn moeder, zodat ze geen tijd meer heeft voor mij. Nee, jij mag je stinkvoeten lekker behouden zoals ze zijn.
De laatste bij wie ze ’t probeert is haar broer Mark. Mark is drie jaar ouder dan Lise en zit nu in de eerste klas van de middelbare school. Sinds hij naar zijn nieuwe school is gegaan heeft hij van Lises ouders een mobieltje gekregen. Daar is hij helemaal verzot op. Uren en uren zit hij achter dat ding. Te staren naar stomme filmpjes of aan het chatten of bellen met vrienden. Waarom spreek je niet gewoon in het echt met ze af, denkt Lise. Veel leuker dan zo saai vanaf een scherm. Als ze bij zijn kamer komt hoort ze Mark al bellen. Ze besluit toch een poging te wagen en klopt op Marks deur.
‘’Wie is daar?’’
‘’Lise’’
‘’Wat mot je?’’
‘’Wil je misschien buitenspelen, of iets anders met mij doen?’’
‘’Nee, daar ben ik te oud voor. Ik ben druk Lise, ga weg’’
‘’Te druk met stoer doen en op je bed hangen ja’’
‘’Wat zei je? Dat zet ik je betaald, stom kind! Kom hier, dan beuk ik je in elkaar!’’
Maar Lise was al lang gevlogen. Lise mag dan een kind zijn dat in alles goed is, sterker dan Mark is ze zeker niet. Het maakt haar verdrietig dat ze nu ruzie heeft met Mark. Een jaar geleden speelden ze nog vaak samen buiten en beleefden ze wilde avonturen. Maar sinds Mark van school is, en hij een mobieltje heeft, nooit meer. Al die stomme rottige apparaten, denkt Lise. Iedereen zit maar als een suffe zombie naar zo’n schermpje te staren. En daardoor is er niemand meer die met haar iets wil doen.
En toen ineens had Lise een idee voor een uitvinding. Niet zomaar een idee, nee, veel grootser dan dat. Dit zou weleens DE uitvinding van de 21e eeuw kunnen gaan worden…
Hoofdstuk 3
Zachtjes leest Lise haar lijstje aan zichzelf voor.
Achttien spijkers, tien schroeven, tweeëntwintig moertjes, twaalf bouten, een bewegingsmotor, een bewegingssensor, drie kleine katrolletjes, twee meter ijzerdraad, tin om te solderen, een beetje koper, lampjes, een spoel, anderhalve meter dun touw, acht lampjes, vier batterijen, twee drukknoppen, een moederbord, een trechter, een schakelaar, zes machinemessen, een verzamelbak en een hele hoop oud ijzer.
Lise concludeert dat het meeste van wat ze opgeschreven heeft nog wel in huis moet hebben door haar eerdere projecten. Ze moet wel nog even naar de stort voor wat extra oud ijzer. Dus springt ze op de fiets, de stort zit heel dichtbij. Lise is een graag geziene gaste op de stort. De medewerkers zijn altijd erg aardig tegen haar en helpen haar altijd zoeken naar wat ze nodig heeft. Ze vinden geweldig als er een keer een kind naar hun werkplek komt. Normaal komen er alleen maar saaie volwassenen om hun oud vuil weg te brengen. Ik zou mijn familie ook wel een keer naar de stort kunnen brengen, denkt Lise. Oud vuil. Opgeruimd staat netjes.
Met fietstassen tot ver over de rand gevuld met oud ijzer keert Lise terug huiswaarts. Ze duikt meteen de werkplaats in. Geen tijd te verliezen om die stomme broer en ouders van me eens een lesje te leren, denkt ze. Als Lise eenmaal aan het uitvinden is lijkt het alsof de tijd niet meer bestaat, zo gefocust en ijverig is ze dan bezig. Schroefje erin, boutje erbij, moertje erop, sensortje testen, motortje erin, lampjes installeren… Het lijkt allemaal wel gewoon in elkaar te glijden. Flow heet die toestand volgens mij, dacht ze. Heeft ze weleens ergens gelezen. Na dik tweeënhalf uur is staat er een mooi apparaatje voor Lises neus. De mobieltjesversnipperaar is officieel af! Nog even testen voordat ze er het eerstje mobieltje in gooit. Lise kijkt rond en ziet een oude wekker in de werkplaats staan. Goed testobject, concludeert ze. Ze drukt op de aanknop van de versnipperaar. Het apparaat ronkt. Het moet even warm worden. Maar de motor blijft draaien en de machinemessen lijken klaar om alles te versnipperen wat ze voorgeschoteld krijgen. Lise gooit de wekker in de trechter en kijkt, een tikkeltje gespannen, naar wat er gebeurt.
Wat een paar seconden later in de verzamelbak valt kun je geen wekker meer noemen. De versnipperaar heeft de wekker verpulverd en aan stukken gescheurd. Er liggen duizenden kleine stukjes wekker in de verzamelbak. Fijn, denkt Lise. Het apparaat werkt goed! Dan is het nu tijd voor het echte werk.
Mark, jij lief stom groot klein broertje van me, waar hang jij met die mobiel van je uit…
Hoofdstuk 4
Het kostte Lise maar weinig moeite om Mark te vinden. Mark zit nog altijd op z’n kamer. Bezig met een of ander stom spelletje. Maar hoe ga ik ervoor zorgen dat hij z’n mobiel weglegt en uit z’n kamer komt, denkt Lise. Misschien kan ik een steentje op zijn ruit gooien, waardoor hij beneden gaat kijken wat dat was? Mwah, hoort-ie waarschijnlijk niet eens. Misschien kan ik voor zijn kamer gaan stofzuigen? Dan wordt hij sowieso boos en wil hij dat Lise stopt. Lise stopt dan natuurlijk niet en dan gaat Mark bij Pap of Mam smeken of ze Lise willen laten stoppen met stofzuigen. Dat is best een aardig plan, maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat Mark besluit het heft in eigen hand te nemen en Lise zelf te verjagen. En dan heb ik nog steeds geen kans gehad om die rottige mobieltjes te pakken…
Dan schiet Lise iets waanzinnigs te binnen. Dat ze daar niet eerder aan heeft gedacht! Als je mensen écht van hun schermen af wil laten gaan, zet dan gewoon de wifi uit! Dan rennen die rare schermverslaafden als kippen zonder kop naar het wifi-apparaat en gaan ze staan prutsen tot ie het weer doet. Dan kan ik meteen ook de mobieltjes van Pap en Mam meenemen! Ze rent naar het wifi-apparaat. Ondertussen zingt ze een liedje van vrolijkheid een liedje over haar eigen plan.
Jalalalala
Hallo daar verslaafde zieltjes
Wifi uit
Lise jat even jullie mobieltjes
Jalalalala
Voordat ze de wifi uitzet bepaalt ze eerst even hoe ze dit het best kan aanpakken. Want ze gaat ongetwijfeld rennende gezinsleden op die trap tegenkomen die zich afvragen waar de wifi is. Dan moet ze dus doen alsof ze van niets afweet. Rustig lopen dus. Daarna moet ze eerst naar mama’s kamer, daarna papa’s werkkamer en als laatste naar Marks kamer. Dat is de snelste route.
Lise haalt even diep adem en daarna drukt ze zonder aarzelen op de uitknop. Meteen rent ze stilletjes naar de trap, waar ze al drie wifi-hongerige wolven uit hun kamers hoort komen die zich afvragen wat er gebeurd is. Op de trap loopt ze rustig, Mam Pap en Bram lijken niet eens in de gaten te hebben dat ze er is. Eerst pakt ze Paps mobieltje, daarna die van Mam. Dit gaat geweldig! Ze rent naar de kamer van Bram. Daar stuit ze op een probleem. Ze kan Brams mobieltje niet vinden! Waar ligt dat ellendige ding? Hij zal ‘m toch niet meegenomen hebben? Beneden hoort ze Pap roepen: ‘Gelukt!’. Shit! Dat betekent dat ze zo alweer naar boven komen! Dan ziet ze ineens Brams mobieltje, half onder zijn kussen weggestopt. Ze grist ‘m eronder vandaan, en terwijl ze dat doet hoort ze de traptreden kraken… Ze rent voor haar leven de kamer uit en is net op tijd het hoekje om als Mark boven is. Alsof er niets aan de hand is loopt Lise met haar handen in haar zakken (waar drie mobieltjes in zitten) over de gang. Pfoew, dat ging bijna even helemaal mis. Lise gaat meteen naar haar werkplaats. Nu kan het feest beginnen. Het is de hoogste tijd om een paar mobieltjes te versnipperen!
Hoofdstuk 5
Lise kijkt naar de mobieltjes in haar handen. Ze staat op het punt om honderden, misschien wel duizenden euro’s aan mobieltjes te versnipperen. Moet ik dit nou wel doen…? Is dit wel zo’n slim plan…? Ja, denkt ze vervolgens. Ik moet dit doen. Ik bewijs ze er zelfs een dienst mee! Als hun mobieltjes versnipperd zijn zullen ze meer tijd hebben voor belangrijke dingen, zoals met mij voetballen, uitvinden of spelen. Dat is veel leuker en beter dan maar de hele dag achter die stomme mobieltjes zitten. Ze mogen me straks wel even goed bedanken, denkt Lise.
Ze drukt op de aanknop. De mobieltjesversnipperaar komt pruttelend op gang. De machinemessen draaien uitdagend rond. Ze hebben honger, denk Lise. Mobieltjeshonger. Lise gooit eerst Mams mobieltje in het apparaat. KGGGGG PRRRTTTTT SSSJJCHING! Wat een mooi geluid, denkt Lise. Het geluid van een versnipperd mobieltje. Het geluid van succes. En of het een succes is. Alsof de versnipperaar legpuzzelstukjes van Mams mobieltje heeft gemaakt. Een legpuzzel van wel tweeduizend mini stukjes. Alleen gaat deze nooit meer in elkaar passen, grinnikt Lise. Dan is het tijd voor Paps mobieltje. Ze gooit ‘m voor de leeuwen. Uhhh, messen bedoelt ze. Ach, die messen zijn ook een soort leeuwen, denkt Lise. Ze scheuren hun prooi ook aan stukken. Misschien nog wel iets meer dan dat. KGGGGG PRRRTTTTT SSSJJCHING, doet de machine weer. Ook Paps mobieltje is binnen een paar seconden helemaal opgevroten.
Tevreden kijkt Lise naar de verzamelbak onder de versnipperaar. Er ligt een stapeltje gemalen glas, batterij en plastic in. De machine staat nog te draaien. Hij ratelt en pruttelt hongerig door. Volgens mij, denkt Lise, wil hij meer eten dan drie kleine schattige mobieltjes. Dit was pas een voorgerechtje, wat zeg ik, een amusehapje. Ik ga nog veel en veel meer mobieltjes versnipperen, denkt Lise! Er ontstaat een plannetje in haar hoofd. Ze neemt Brams mobiel in haar hand. Daar heb ik jou alleen nog wel even bij nodig…
Hoofdstuk 6
Lise gaat alle mobieltjes van iedereen in het dorp versnipperen.
Ze fietst eerst naar de grote antennepaal waar de wifi voor het hele dorp vandaan komt. Daar knipt ze alle internetkabels door met een plastic heggenschaar. Waarom een plastic heggenschaar? Omdat ze anders zo’n grote schok krijgt dat ze het niet kan navertellen. Met stroom moet je voorzichtig zijn.
Daarna klimt ze op de antennepaal. Het is zo’n twintig meter hoog, maar Lise heeft wel in hogere bomen geklommen dan dat. Ze is niet zo gauw bang, dat scheelt ook. Op de antennepaal zet ze een grote megafoon neer. Zo’n ding waardoor je stem honderd keer zo hard wordt. Megafoon aan? Check. Achter de megafoon zet ze Brams telefoon neer, waarin ze een boodschap heeft ingesproken. Een boodschap gericht aan het hele dorp. Ze drukt op play. De boodschap galmt via de megafoon zo hard het dorp in dat het pijn doet aan Lises oren. Maar het werkt in ieder geval wel!
Snel klimt naar beneden, pakt haar fiets en sjeest er vandoor voordat het dorp naar deze plek toe stroomt. Pas net is ze weg, of ze ziet al mensen in het dorp hun huis uit stromen. Als mieren die op een stukje meloen afkomen, denkt Lise. ’t Zijn net zombies. Ongelofelijk wat zo’n mobieltje met mensen doet, vindt Lise. Maar haar plannetje werkt. Terwijl iedereen z’n huis uit snelt en naar de antennepaal rent, rooft Lise in alle huizen alle mobieltjes weg. In de achtergrond hoort ze haar boodschap weer het dorp door galmen.
Hallo mensen
Hier spreekt een verschrikkelijk monster
Ik heb jullie wifi uitgezet
En zal ook JULLIE uitzetten
Als jullie niet NU al jullie telefoons
Op de keukentafel laten liggen
En naar mij toekomen
Laat je voordeur openstaan
Kom gauw! Voor het te laat is!
Lise moet lachen. De enge stem die ze voor de geluidsopname heeft opgezet klinkt behoorlijk angstaanjagend. Het dorp is uitgestorven, ze heeft vrij spel. Haar fietstassen puilen uit van de mobieltjes. Ze bindt ze dicht en fietst naar huis. De versnipperaar staat zelfs nog aan, die is ze vergeten uit te zetten toen ze wegging.
Nu, denkt ze, is het tijd voor het échte werk.
Hoofdstuk 7
Het ene na het andere mobieltje wordt aan diggelen versnipperd. KGGGGG PRRRTTTTT SSSJJCHING, KGGGGG PRRRTTTTT SSSJJCHING, KGGGGG PRRRTTTTT SSSJJCHING. De versnipperaar versnippert vrolijk alle lekkernijen die ze voorgeschoteld krijgt. Tweeëntachtig, drieëntachtig, vierentachtig… Honderdéénenzeventig, honderdtweeënzeventig… Driehonderdachttien, driehonderdnegentien… Na de zeshonderd raakt Lise de tel kwijt. Om de vierhonderd moet ze de verzamelbak legen, omdat ie anders te vol raakt. Ze giet de overblijfselen op een grote stapel naast de versnipperaar.
Zo’n tweeduizend versnipperde mobieltjes is Lise eindelijk klaar. Ze is zo’n anderhalf uur bezig geweest. Buiten hoort ze stemmen. Lise luistert. Ze hoort schreeuwende stemmen. Woedende stemmen. Vlug gaat ze kijken naar wat er aan de hand is. Verderop ziet ze een grote massa mensen richting haar huis komen. Ze zien er heel erg boos uit en roepen nare kreten. Zouden ze voor mij komen…? Hoe weten ze dat ik hun telefoons heb versnipperd? Waarom zijn ze zo boos…? Ik heb die mensen juist een dienst bewezen!
De menigte komt dichterbij. Lise aarzelt. Wat moet ik doen? Ze gaan me toch geen kwaad doen…? Een meisje van negen jaar oud…? Ja, dat gaan ze wel. Kijk maar eens naar hoe boos ze zijn. Weg hier, denkt ze. Ze pakt haar fietst en sjeest ervandoor. Terwijl ze de oprit af fietst hoort ze de menigte schreeuwen: ‘Daar is ze! Dat ellendige kleine krengetje die onze mobieltjes heeft gestolen! Pak haar!’
Niet gestolen… versnipperd, denkt Lise. Niet dat dat de menigte mensen echt zal opvrolijken… Ze fietst als een dolle weg. De menigte rent achter haar aan, maar Lise is veel sneller op haar fiets. Waar moet ik in hemelsnaam naar toe? In ieder geval weg uit dit verrotte kwade dorp. Het bos! Ik moet naar het bos, daar heeft ze een boomhut. Alleen ik en Bram weten dat die daar zit.
Lise fietst voor haar leven naar het bos. Ver achter zich in het dorp hoort ze de woedende menigte nog schreeuwen. Stelletje telefoonverslaafde bosinktvissen, denkt ze! Hoe kunnen ze nou zó boos zijn over die mobieltjes… Vinden ze die écht zo belangrijk dat ze mij er iets om zouden aandoen…? Ja, en of ze dat zouden doen. Je hebt ze met eigen ogen gezien en gehoord. Blijkbaar is dat de wereld waarin Lise leeft.
Eenmaal aangekomen bij de locatie van de boomhut stap Lise af en verstopt ze haar fiets tussen de struiken. Ze klimt in de boomhut. Ze is moe. Moe van het mobieltjes versnipperen, van het fietsen, maar vooral van telefoonverslaafde mensen. Als Bram me nou maar niet aan de mensen verraadt, denkt ze…
Hoofdstuk 8
Er is een avond en nacht voorbijgegaan. Lise zit nog steeds in haar boomhut. Ze heeft het koud. Ze wil naar huis. Ze wil Pap, Mam en zelfs Bram een dikke knuffel geven, zeggen dat het haar spijt. Dat ze écht dacht dat ze iets goeds voor hen had gedaan. Dat ze spijt heeft. Zo veel spijt.
Te laat, Lise. Het hele dorp haat je vanaf nu. Je zult nooit meer normaal terug kunnen keren. Als je terugkomt zal je voor altijd dat ene kind zijn dat die vreselijke daad heeft begaan. Als het dorp je al terug laat keren… Misschien hebben ze wel de politie gebeld en word je uit huis geplaatst, of moet je naar de kindergevangenis. Of de mensen in het dorp zijn zo kwaad dat ze het heft in eigen hand nemen, en dan… en dan…
Lise wil er niet over nadenken. Misschien moet ik maar in mijn eentje in het bos gaan leven. Houtsprokkelen, vuurtje maken, krekels roosteren. Zo gek is zo’n leven in de natuur ook weer niet. Maar het is wel alleen, en Lise is liever niet helemaal alleen. Oh, hoe graag ze wel niet weer een knuffel van Pap of Mam zou willen krijgen. Je gaat dat soort dingen echt pas missen als je ze niet meer hebt, denkt Lise. Raar eigenlijk. Ze spreekt met zichzelf af dat ze daar de volgende keer, als die er komt, extra van zal genieten. Dan hoort ze plots geroep.
Het zijn onduidelijke kreten, ver weg. Maar Lise kan de boodschappen ontcijferen. ‘Lise, waar ben je?!’ ‘Het spel is over Lise, kom tevoorschijn!’ ‘Liiiiiise! Liiiiiise! Liiiiiiiiiiise!’. Ze zijn dus wel naar haar op zoek. ‘Liiiiiiiise, kom tevoorschijn, we zijn niet boos op je!’. Niet boos? Daar gelooft ze niks van. Toen ze gister wegfietste, was de menigte mensen woest op haar. Nee, dit is zeker weten een valstrik om haar te pakken te krijgen. Trap ik mooi niet in, leeghoofdige bralballen. Dit kind is niet achterlijk. Zit niet alleen maar op haar telefoon. En kan wél gewoon logisch nadenken. Stomme kinderlokkers. En zo strijken er weer een paar uur voorbij. Het is inmiddels avond. Er zijn nog een paar keer groepjes roepende mensen langsgekomen, maar die zullen haar nooit vinden, de boomhut zit te goed verstopt.
Dan hoort ze geritsel. Lise verstijft. Iemand komt langzaam dichterbij. Recht op haar boomhut af. Haar haren gaan recht overeind staan. Ze houdt haar adem in. Geruisloos draait ze zich langzaam richting het geluid. En ze ziet…
Bram.
Hoofdstuk 9
‘Hey Lise’
Bram klimt naar boven in de boomhut en gaat naast haar zitten. Hij slaat een arm om haar heen. Lise weet niet wat ze moet doen of zeggen. Dus voelt ze maar gewoon. En ze voelt… Warmte. De arm die haar broer over haar heen heeft geslagen voelt warm en fijn.
‘Lise, Lise, Lise… Je hebt het wel weer bont gemaakt, ondeugend zusje van me. Alle mobieltjes van iedereen in het dorp versnipperen, hoe kom je erop?’
‘Ik, ehhh, wou, ehhh, gewoon dat iedereen weer wat meer ehhh… buiten komt… en wat meer naar elkaar omkijkt…’
‘En daarvoor moet je eerst een enorme machine bouwen en daarmee alle mobieltjes die er zijn versnipperen…?’
‘Nou, ehhh, ja, ehhh, eigenlijk dacht ik wel dat het een goed plan was ja… Maar ik denk er niet meer zo over…’
‘Niet?’
‘Nee, niet meer… Het was een stom plan’
‘Ja, een stom plan, dat zeg ik toch?’ Waarom doet haar broer zo raar?
‘Lise, het was een geweldig plan. En de uitvoering was nog beter. Je bent een held! Je hebt alle krantenkoppen en zelfs het nieuws gehaald!’
‘Huh? Hoe bedoel je?’
‘Eerst was men heel boos en kwamen ze kwaad naar ons huis toe. Maar na een uur merkte iedereen dat ze eigenlijk heel blij waren dat ze geen telefoon meer hadden. Mensen hadden weer tijd voor elkaar, ze spraken met elkaar, er was menselijk contact. Er werd samen gevoetbald en er werden spelletjes gespeeld. Er werd spontaan een buurtbarbeque georganiseerd. Het leven zonder telefoon beviel iedereen uitstekend. Het verhaal verspreidde zich als een lopend vuurtje naar andere dorpen. Die hadden natuurlijk nog wel allemaal telefoons en belden meteen de media. Die doken er vervolgens massaal op, dit was natuurlijk groot nieuws. Een meisje van negen die tweeduizend telefoons versnippert, en iedereen is er blij mee. Gisteren was jouw foto op het journaal te zien. Alleen natuurlijk wel met de nare mededeling dat jij nog steeds vermist was. Maar ik maakte me niet al te druk, ik had al zo’n gevoel dat ik je hier ging aantreffen. Lise, het spijt me dat ik het afgelopen schooljaar weinig tijd voor je had. Dat stomme mobieltje had me in zijn greep. Vanaf nu beloof ik dat we weer samen gaan spelen en ravotten. Kikkers vangen en belletje lellen. Voetballen en boomhutten bouwen. Afgesproken?’
‘Afgesproken. Bedankt, lieve Bram’.
Ze geeft Bram een dikke knuffel. Wel moet ze nog even wennen aan de nieuwe situatie. Ik, een held? Mijn ‘verhaal’ in de kranten? Mijn foto op het journaal? Ach, dat is ook allemaal niet zo belangrijk. Het belangrijkste is dat ze weer veilig naar huis kan. Dat het dorp niet boos is. Dat ze weer op de bank kan ploffen naast Pap, Mam en Bram. Dat ze weer kan gaan spelen, sporten, uitvinden en ravotten. Met Bram.
Hoofdstuk 10
Lise keert samen met Bram terug naar het dorp. Overal spelen kinderen op straat en maken volwassen mensen samen praatjes. Als ze Lise zien, kijken ze blij en zwaaien ze naar haar.
‘Heldin! Bedankt, je hebt me mijn leven teruggegeven!’
‘Hey topper, bedankt voor je meesterlijke uitvinding en plan!’
Lise weet niet wat ze moet zeggen. Ze lacht. Ze geniet. Een groepje kleine kindjes vraagt zelfs om haar handtekening. Ze krabbelt wat op hun armen en fietst verder.
Ze loopt samen met Bram haar huis binnen. Als Pap en Mam haar zien, snellen ze naar haar toe. Ze knuffelen haar bijna dood!
‘Och, Lise, je bent er weer! We zijn zo ongerust geweest… Bram zei de hele tijd dat het wel goed zou komen, maar wij wisten niet waar je was… Lise, je bent zo’n knap kind! Een mobieltjesversnipperaar, hoe kom je er in vredesnaam op! Jij gaat later nog de allereerste tijdmachine uitvinden! Lise straalt. Ze geniet van de knuffels. Alles is goed gekomen. Ze is veilig. Ze is thuis.
Bram graait in zijn zak. Hij tovert er een klein, zwart apparaatje uit tevoorschijn.
‘Deze heb je niet versnippert, Lise!’
Lise kijkt op.
‘Nee, die had ik nodig voor mijn plannetje, haha!’
‘Zullen we die ook maar versnipperen dan?’
Lise rent samen met Bram richting de mobieltjesversnipperaar.


Geef een reactie